|
Zelfs Tories erkennen tekortkomingen BBP |
|
|
|
09/12/2010 |
|
De Britse premier David Cameron blijkt duidelijk mijn mening te delen: hij heeft ook ingezien dat BBP als welvaartsindicator onvoldoende is (DM 16 november). Geïnspireerd door het rapport dat Josip Stiglitz en Amartya Sen in opdracht van Nicolas Sarkozy schreven, wil Cameron het welzijn van de bevolking meten (de "happiness index") en voorop gaan stellen.
De "happiness index" zal polsen hoe de Britten zich voelen en gedragen in hun leefomgeving en milieu. Als Cameron wil waken over de relevantie van de index moet hij wel gaan oppassen:
Er moet voor gezorgd worden dat de multidimensionaliteit van welzijn in de index erkend wordt. Stiglitz en Sen hadden het in dit verband over subjectief welzijn, gezondheid, onderwijs, werk en andere activiteiten, politieke vrijheid en governance, sociale verbondenheid, milieu en veiligheid. Hier is de band tussen objectieve gegevens en subjectieve beleving essentieel. Het mag hier niet simpelweg gaan over het verhogen van het "totale geluk" in een samenleving. Een te eenzijdige indicator zou ook het beleid niet of nauwelijks informeren. Uit de wetenschap dat het gedrag en het geluksgevoel van de bevolking van een bepaalde stad of dorp zus of zo verschilt van dat van een ander kan je alles en niets concluderen.
Dat neemt niet weg dat dit een mooie aanzet is. De laatste zekerheden zijn waarlijk de wereld uit: de twee totnogtoe scherpste nagels in de doodskist van het liberale BBP-fetishisme zijn een donkerblauwe Franse president en een aartsconservatieve Britse premier.
|