
Producenten beperken opzettelijk de levensduur van sommige
elektronische toestellen. Dat moet ontmoedigd worden. Morgen keurt de Senaat een aanbeveling aan de regering
goed.
Elk van ons stelt in zijn dagelijks leven vast dat sommige producenten een erg korte levensduur hebben, in het bijzonder elektronische toestellen. Wie heeft nooit meegemaakt dat een gsm-toestel snel stuk is of dat een kapot onderdeel van een microgolfoven alleen tegen zeer hoge kostprijs te verkrijgen is?
Deze evolutie noemt men ‘ingebouwde veroudering'. Het komt erop neer dat bij de ontwikkeling en daarna de commercialisering van een product op voorhand bepaald wordt hoe lang het product zal meegaan. Zo beperken producten de levensduur van het product. Op die manier wordt bij de consument een behoefte naar een nieuw product gecreëerd, omdat het oude vervangen moet worden. Extra inkomsten dus voor de fabrikant.
Zo'n ingebouwde veroudering is een vorm van overconsumptie en heeft nadelen op sociaal en ecologisch vlak. Niet alleen zijn er meer grondstoffen nodig voor de productie van meer toestellen, maar ook het beheer van de afgedankte producten heeft zijn gevolgen voor het leefmilieu. Een kortere levensduur leidt uiteraard ook tot een verhoging van de kostprijs, zeker voor gezinnen die het financieel moeilijk hebben. Bovendien zijn heel veel toestellen niet meer te herstellen, of loopt de kostprijs ervan zo hoog op dat beter een nieuw toestel wordt aangeschaft.
De commissie economie keurde dinsdag een voorstel van resolutie goed dat de fabrikanten mee verplicht om de levensduur van hun producten op de verpakking te vermelden. Ook heeft de consument recht om te weten welke onderdelen van het toestel apart en tegen een redelijke prijs te verkrijgen zijn.
Donderdag stemt de plenaire vergadering over het voorstel van resolutie, dat je via volgende link kunt lezen:
Voorstel van resolutie levensduur elektronische producten (23.8 kB)
|