|
5 september 2005
Ludo Sannen stelt voor om de onroerende voorheffing (ook grondbelasting genoemd) te verlagen voor lage-energiewoningen, vanaf 1 januari 2006. Dat zijn woningen die een goede score behalen op hun energiecertificaat en dus een laag verbruik hebben inzake verwarming, elektriciteit, gas, ... Wie zijn woning bouwt of verbouwt, wil soms grote energiebesparende investeringen doen. Maar die kosten veel geld op het moment van de investering. Een lagere onroerende voorheffing kan die investeringen op lange termijn meer doen renderen. De lagere belasting is zowel een stimulans voor de bouwer als voordelig het milieu. Binnenkort zal Ludo Sannen een voorstel van decreet in het Vlaams Parlement indienen. Intussen heeft hij aan minister van Financiën Dirk Van Mechelen wel naar de plannen van de Vlaamse regering gevraagd. Hieronder lees je het verslag van de commissievergadering.
VRAAG OM UITLEG VAN LUDO SANNEN AAN DIRK VAN MECHELEN, VLAAMS MINISTER VAN FINANCIEN, OVER DE VERMINDERING VAN DE ONROERENDE VOORHEFFING VOOR LAGE-ENERGIEWONINGEN
De voorzitter: De heer Sannen heeft het woord.
De heer Ludo Sannen: Mijnheer de minister, in het regeerakkoord staat dat er vanaf 2006 een energieprestatieregeling zal worden ingevoerd voor gebouwen. Nieuwbouwwoningen krijgen dan een energieprestatiecertificaat. Hetzelfde geldt vanaf 2008 voor bestaande woningen die verhuurd of verkocht worden. Verder staat er: ‘We doen de energieprestatie-eisen op nieuwbouw en vernieuwbouw eerbiedigen.' Dat zal dus worden gecontroleerd. ‘Gekoppeld aan de energieprestatiecertificaten verlagen we het gewestelijk aandeel in de onroerende voorheffing voor lage-energiewoningen.' De onroerende voorheffing kan een instrument zijn om een beleid te stimuleren en te ondersteunen.
Over deze verlaging wil ik het hebben. De beleidsnota van de minister van Energie zegt dat de verlaging parallel moet lopen met de gefaseerde invoering van het energieprestatiecertificaat. Voor alle woningen met een bouwaanvraag zullen vanaf 1 januari 2006 een isolatie- en energieprestatieniveau worden bepaald. Dat houdt zowel isolatie als verwarmingsinstallatie in, ventilatie, zonne-energie en dergelijke. In een nieuwbouwwoning zal er een minimale en gecontroleerde ventilatie nodig zijn. Een woning die voldoet aan de vereisten levert niet alleen een lagere energiefactuur voor de verbruiker op, maar heeft ook een hogere waarde op de koop- en verhuurmarkt. Het is beter voor de gezondheid van de bewoners, en draagt vooral bij tot een gezond leefmilieu en de realisatie van onze Kyoto-doelstellingen. De minister-president zei in zijn Septemberverklaring trouwens dat dat aspect - de inspanningen van de gezinnen - een belangrijk aandachtspunt zou moeten zijn om onze Kyoto-doelstellingen te halen.
Het energieprestatiebesluit legt drie soorten eisen op: strengere thermische isolatie-eisen, een energieprestatie-eis en binnenklimaateisen. Die laatste komen vooral de gezondheid van de bewoners ten goede. De eisen zijn verplicht voor nieuwbouw en vragen van de bouwers een extra investering.
De federale overheid kent momenteel nogal wat belastingsverminderingen toe voor acht energiebesparende investeringen, van het plaatsen van een zonneboiler tot het aanbrengen van dakisolatie. Op de website www.energiesparen.be wordt de bouwer klaar en duidelijk geïnformeerd over deze mogelijke belastingvoordelen. Over maatregelen van de Vlaamse Regering valt daar echter niets te lezen. Dat kan veranderen, want vandaag staat in de kranten dat de Vlaamse Regering in oktober, de maand waarin we ons bewust worden van ons energieverbruik, enkele maatregelen heeft gepland. Het zou goed zijn dat dit op de website vermeld wordt zodat de bouwer daar kan op inspelen.
Het is ook belangrijk dat de bouwer zicht krijgt op de in het Vlaams regeerakkoord aangekondigde verminderingen van onroerende voorheffing. Wat zijn de precieze voorwaarden? Welke prestatie moet hij daarvoor bereiken? Het is wenselijk dat dit al op 1 januari van toepassing wordt. Ik begrijp dat er een verschil bestaat tussen nieuwbouw en bestaande woningen. Er is ook een verschil tussen het verplicht aanwezig zijn van een energieprestatiecertificaat en de mogelijkheid om een certificaat voor eventuele lastenverlaging aan te vragen.
Er staat in het regeerakkoord geen datum vermeld. Ik pleit ervoor om zo snel mogelijk werk te maken van de vermindering van onroerende voorheffing voor iedereen die bijkomende investeringen doet. Met bijkomend bedoel ik ‘meer dan wat juridisch verplicht' zal worden vanaf 1 januari 2006. Het energieverbruik naar beneden brengen is niet alleen goed voor de individuele portemonnee, maar ook voor de Vlaamse portemonnee want we zullen dan minder afhankelijk worden voor onze energievoorziening en ook onze Kyoto-doelstellingen gemakkelijker halen. Ook dat zal winst betekenen, zeker omdat in de Vlaamse begroting al bedragen staan ingeschreven om onze verplichtingen gedeeltelijk af te kopen.
Het regeerakkoord en de fiscale maatregelen zijn voor mij een en ondeelbaar. Wanneer zal de verlaging van het gewestelijk aandeel voor onroerende voorheffing worden ingevoerd? Welke voorwaarden zult u stellen? Voor mij moeten die verder gaan dan wat juridisch verplicht zal worden. Hoeveel kan die vermindering bedragen? Hebt u al simulaties gemaakt van de mogelijke kosten voor de Vlaamse overheid?
De voorzitter: Minister Van Mechelen heeft het woord.
Minister Dirk Van Mechelen: Mijnheer de voorzitter, dames en heren, ik voel me bijzonder gecharmeerd door deze vraag in deze fase van het dossier. Uiteraard is minister Peeters de trekker van dit dossier. Bij mijn weten was hij bovendien beschikbaar om de vraag vandaag te beantwoorden. Ik zal daarom in de grootst mogelijke bescheidenheid proberen te antwoorden vanuit mijn betrokkenheid.
Het enige raakvlak van het energieprestatiecertificaat met de bevoegdheid van de minister van Financiën en Begroting is de potentiële vrijstelling van het gewestaandeel onroerende voorheffing voor nieuwbouwwoningen die goed scoren qua energieprestatiepeil, de zogenaamde E-score. Voor het overige is het inhoudelijke aspect zuiver energiebeleid waarvoor ik graag verwijs naar minister Peeters.
Bovendien is het systeem zoals het tot op vandaag is opgevat, in de eerste plaats een repressief systeem en niet zozeer een systeem van fiscale beloning. U hoort me vandaag niet te veel over slimme belastingsverlaging praten.
Zoals in de eerste paragraaf van uw vraag terecht staat vermeld ‘we doen de energieprestatie-eisen op nieuwbouw en vernieuwbouw eerbiedigen', gaat het over eerbiedigen in de zin van ‘respecteren', dus in de eerste plaats over controle op de opgelegde voorwaarden. Wie daar niet aan voldoet, zal worden beboet. Die boetes zullen worden opgelegd bij niet-eerbiediging van de energieprestatie-eisen.
Momenteel staat in het voorlopig goedgekeurde besluit dat de boete gelijk is aan drie maal het bedrag van de noodzakelijke investering om de E100-norm te halen. Tenzij ik me vergis, kan dat aardig oplopen. Stel dat iemand met het daarvoor speciaal ontworpen softwarepakket uitkomt op een E-score van 112 en weigert verdere aanpassingen of investeringen te doen die bijdragen tot een beter energieprestatiepeil, dan zal men berekenen hoeveel de aanpassing extra zou hebben gekost en dat bedrag wordt vermenigvuldigd met drie. Ik ga ervan uit dat deze boete een ontradingseffect tot doel heeft. Dit systeem heeft een hoog leegstandsheffinggehalte, met alle ellende van dien bij de toepassing ervan.
Goed, u hebt uw vraag gesteld en ik zal pogen er naar best vermogen op te antwoorden. De nieuwe Vlaamse energieprestatieregelgeving werd door de Vlaamse Regering goedgekeurd op 11 maart 2005. Ze zal in werking treden vanaf 1 januari 2006, maar om de administratieve uitvoerbaarheid te garanderen, is in een overgangsperiode voorzien tot 1 juli 2006. Alle nieuwbouwwoningen waarvoor de stedenbouwkundige vergunning werd aangevraagd vanaf 1 juli 2006 zullen moeten voldoen aan een energieprestatiepeil dat een maximaal vastgelegde norm niet overschrijdt. De startnorm bedraagt E100.
Op 22 juli 2005 heeft de Vlaamse Regering haar principiële goedkeuring gehecht aan een voorontwerp van besluit, een soort stappenplan, dat de invoering van een energieprestatiecertificaat voor nieuwbouwwoningen regelt. Het energieprestatiecertificaat voor nieuwbouwwoningen zal volledig worden gekoppeld aan het energieprestatiepeil dat in de voornoemde energieprestatieregelgeving werd vastgelegd. In de notulen van de beslissing van de Vlaamse Regering van 22 juli 2005 vindt u op pagina 21: ‘De Vlaamse Regering beslist: één, haar principiële goedkeuring te hechten; twee, de minister bevoegd voor Energiebeleid te gelasten; drie, principieel goedkeuring te hechten aan het voorontwerp van besluit en vragen dat dat wordt onderzocht; en vier, opnieuw de minister van Energie te gelasten om het advies in te winnen van SERV en MINA-raad over dit besluit met het oog op het advies van de Raad van State.'
Het besluit bevindt zich vandaag in die fase. Ik ben daar tot op vandaag niet bij betrokken.
De concrete uitvoeringsbesluiten zullen worden vastgelegd in het kader van het volgende Vlaams Klimaatbeleidsplan dat voor eind 2005 aan de Vlaamse Regering wordt voorgelegd. Voor de inhoudelijke invulling van dit Vlaams Klimaatbeleidsplan werden na de Klimaatconferentie van 6 juni verschillende werkgroepen opgericht. Een van deze werkgroepen heeft zich toegelegd op ondersteunende maatregelen voor energiebesparende investeringen in gebouwen. Deze werkgroep zal zich ook buigen over het probleem van de fiscaliteit en meer in het bijzonder de onroerende voorheffing.
Naar verwachting zal de verlaging van het gewestelijk aandeel van de onroerende voorheffing gekoppeld worden aan een E-peil dat substantieel lager ligt dan de initiële norm van E100. Wie de norm niet haalt, wordt beboet. Wie beter doet dan de E-100-norm, wordt fiscaal beloond. Dat zijn in elk geval de geruchten die ik opvang uit de werkgroep, waar ik zelf niet in zetel, voor alle duidelijkheid. Er moet een duidelijke stimulans komen om het substantieel beter te doen dan het algemeen gemiddelde. Dit doet me denken aan de euro-4-norm die we goedgekeurd hebben voor milieuvriendelijke wagens die werden gekocht voor 31 december 2003. Dezelfde redenering wordt hier gevolgd.
De beslissingen over de concrete uitvoeringsmodaliteiten en de budgettaire weerslag voor de Vlaamse begroting zullen worden vastgelegd in het kader van de opmaak van het Vlaams Klimaatbeleidsplan en worden verwerkt in het kader van de begrotingscontrole 2006.
Ik vind dit vooral een repressieve beleidsmaatregel. De verlaging van het gewestelijk aandeel in de onroerende voorheffing kan geen grote incentive vormen, maar alle baten helpen. Ik geef een voorbeeld. Neem een nieuwe woning met een KI van 2.500 euro. Daarop komt normaal gezien 2,5 percent gewestelijke onroerende voorheffing. Op dat bedrag worden dan vervolgens de provinciale en gemeentelijke opcentiemen berekend. Het gaat dan over een korting van 62 euro op het geïnvesteerde bedrag.
We gaan nu de resultaten van het overleg in de werkgroepen afwachten, meer in het bijzonder van de werkgroep ‘ondersteunende maatregelen voor energiebesparende investeringen'. De kosten voor de Vlaamse overheid zijn de vermindering aan inkomsten, aangezien het gaat om nieuwbouwwoningen waarop we vandaag nog geen belastingen innen. In het beste geval zullen we dus minder innen dan gepland. Een nettokost betekent dit vandaag niet.
Als we dit systeem in 2008 en 2009 uitbreiden naar bestaande woningen die worden verkocht, zullen we daarvan een repercussie ondervinden. Die zal te gepasten tijde bij een budgetcontrole worden berekend.
Wat de specifieke werkingskosten betreft, zullen we een en ander op elkaar moeten afstemmen. Het staat vandaag nog steeds niet vast wie dat gaat doen: zullen de gemeenten dit rechtstreeks doorgeven aan een centraal computerbestand, of gaat men werken met een systeem van administratieve aanvragen voor de vrijstelling in het kader van afgeleverde energieprestatiecertificaten? Dat zijn modaliteiten waarover mijn collega u ongetwijfeld meer kan vertellen. In ieder geval, als dat vaststaat, kan het systeem worden geïmplementeerd. U weet dat we zullen beschikken over een kruispuntbank met betrekking tot de inning van de onroerende voorheffing. Voor de specifieke werkingskosten beschikt de Vlaamse Gemeenschap over een ICT-krediet op de basisallocatie 99.1.1239 waarop we eenmalige en dringende investeringen kunnen aanrekenen.
Uiteraard zullen we het regeerakkoord op dit punt naleven. Dit kan inderdaad een incentive zijn, maar de grote kracht van het energieprestatiecertificaat gaat uit van zijn ontradend karakter. Een boete van ‘maal drie op de niet-uitgevoerde investeringen' is niet niks. Daarnaast zal de onroerende voorheffing worden aangepast in de loop van 2006 naargelang de stand van zaken van de werkzaamheden in de werkgroepen inzake het Vlaamse Klimaatbeleidsplan.
De voorzitter: De heer Sannen heeft het woord.
De heer Ludo Sannen: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, het energieprestatiedecreet is duidelijk. Ik heb daar geen enkel probleem mee. Ik ben ervan overtuigd dat de Vlaamse Regering ernaar zal streven om de energieprestatie-eisen op nieuwbouw en vernieuwbouw te doen respecteren. Die vraag zal ik ook aan minister Peeters stellen. Ik zal er met hem over praten. Mijn vraag aan u sloeg enkel op het fiscale aspect.
Ik heb echter begrepen dat er nog weinig duidelijkheid over bestaat. U neemt zelfs een ietwat apathische houding aan ten opzichte van deze verlaging van de onroerende voorheffing voor dergelijke woningen. U hebt wel gezegd dat u het regeerakkoord zult uitvoeren. Daar ga ik toch wel van uit, anders hadden we die zaken niet in het akkoord moeten zetten.
We mogen niet te lang meer treuzelen. Wie nu initiatieven neemt en verder gaat dan wat juridisch verplicht is, want daar gaat het om, moet weten welke lastenverlagingen hij op termijn kan genieten. De vermindering van onroerende voorheffing is niet eenmalig, maar jaarlijks en dus ook cumulatief.
Ik begrijp dat het gewestelijke aandeel beperkt is. In navolging van uw oproep, en ook van de vraag die straks wordt gesteld, zullen we een voorstel van decreet indienen dat een stuk verder gaat en dat ook invloed kan hebben op de onroerende voorheffing van ondergeschikte besturen. Daardoor zou de energieprestatie die we van een normale woning in Vlaanderen mogen eisen, ook gerealiseerd kunnen worden, en zou het bovendien fiscaal aantrekkelijk genoeg zijn om daar nog verder in te gaan.
Mijnheer de minister, ik hoop dat u de vrijblijvendheid die ik in uw antwoord meende te horen, zo snel mogelijk achterwege laat, vooral dan waar het gaat om het zoeken naar oplossingen voor de vermindering van de onroerende voorheffing voor gezinnen die verder willen gaan dan de wettelijk verplichte inspanningen om hun energieprestatie te verbeteren.
Minister Dirk Van Mechelen: Mijnheer Sannen, de woorden vrijblijvend en apathisch laat ik volledig voor uw rekening.
Uw beoordeling van mijn antwoord is uiteraard subjectief. De Vlaamse Regering heeft op 22 juli een stappenplan goedgekeurd waarmee alles nog moet beginnen. Dat stappenplan moet worden aangemeld bij de Europese Commissie. Ik weet uit ervaring hoe het er daar aan toe gaat en hoe lang die dingen duren.
Verder moet dit worden omgezet in praktische modaliteiten: E100, E70, E80, E90, enzovoort. U vraagt me de onroerende voorheffing te verminderen op iets waar we geen duidelijk beeld van hebben. De minister van Financiën en Begroting kan maar beginnen met zijn huiswerk als hij ten minste weet wat de minister van Energie in deze aangelegenheid wil bewerkstelligen. Mocht u daaraan twijfelen: ik zal dat huiswerk met veel genoegen maken.
De heer Ludo Sannen: Mijnheer de minister, we zullen dat laatste goed onthouden.
De voorzitter: Het incident is gesloten.
|