|
De reportage van Kathleen Vereecken, "De lijdensweg van de jonge leerkracht", schetste een beeld dat voor elke jonge leerkracht herkenbaar is. Meer verantwoordelijkheid gekoppeld aan een knagende onzekerheid. Het is goed dat de leraar weer centraal staat in het onderwijsdebat. Hij of zij is immers de enige waarborg voor kwalitatief onderwijs. Het zorgen voor voldoende goede en gemotiveerde leerkrachten dient het uitgangspunt voor elk onderwijsbeleid te zijn. Vooral de manier waarop een leraar zijn beroep moet invullen en uitoefenen is bepalend voor zijn of haar motivatie en engagement.
Great expectations
Van leraren wordt vandaag behoorlijk wat verwacht: hij of zij is - samen met de school - verantwoordelijk voor de integrale en optimale ontplooiing van elke leerling, de maatschappelijke en culturele vorming en het bijbrengen van basisvaardigheden voor latere beroepskeuzes. Verwachtingen die niet alleen komen vanuit de samenleving of ouders maar ook vanuit de overheid, de inspectie, het bedrijfsleven, ... . Er wordt niet alleen véél verwacht maar ook steeds meer: denk maar aan de toenemende vragen van ouders en maatschappij om een antwoord te geven op maatschappelijke problemen zoals pesterijen, agressie, racisme, geweld, drugs, armoede, enzovoort. Dergelijke verwachtingen hebben een enorme impact op de werkbelasting van leerkrachten: de impact van sociale (opvang persoonlijke problemen, ...) en administratieve opdrachten (leerplannen, opvolgingsverslagen, agenda) weegt steeds meer door in vergelijking met de onderwijskundige (onderricht, toetsafname, ...) en pedagogische opdrachten (klassenraad, oudercontacten).
Deprofessionalisering
Dit komt tot uiting in de studies van Katrijn Ballet omtrent werkdruk en deprofessionalisering van het onderwijs. Zij toont aan dat met de beste bedoelingen genomen maatregelen van de overheid voor een beter en efficiënter onderwijs, die altijd ‘in het belang' van de leerlingen zijn, leerkrachten soms de indruk geven dat hun eigen professioneel oordeel en hun beroepservaring miskend worden. Leerkrachten gaan gebukt onder een steeds grotere werklast en verantwoordelijkheid. Tegelijkertijd ervaren ze een steeds geringere professionele vrijheid en verlies aan controle over hun beroep. Door de gevoelde toename van toezicht, planlast en standaardisering voelen vele leraren zich onderworpen, gedegradeerd van autonome professional naar uitvoerend ambtenaar.
Tezelfdertijd ervaren veel leraren een gebrek aan respect vanwege de maatschappij voor hun steeds moeilijker wordende job. Duidelijk is dat de maatschappelijke aantrekkelijkheid voor het beroep in dalende lijn gaat. Dat het om meer gaat dan misplaatste verzuchtingen bewijst wetenschappelijk onderzoek. Leerkrachten staan permanent ter discussie, moeten zich verantwoorden, zijn overbevraagd en gaan daardoor aan zichzelf twijfelen. We gaan finaal naar een structureel tekort aan leerkrachten. Ook al kon de economische crisis deze evolutie enigszins vertragen, structureel zal dit niet voor een oplossing zorgen. Zoals Tom Ysebaert in diezelfde krant al vermeldde, 36% stapt binnen de vijf jaar na hun intrede in het onderwijs over naar een ander beroep. Cijfers die er niet op verbeteren. Tien jaar geleden was dit nog 30%. Als we de uitstroom bekijken naar opleidingsniveau is het nog dramatischer: slechts 27% van de masters is na vijf jaar nog in dienst, 50% van de regenten, 73% van de leraren in het lageronderwijs en 61% in het kleuteronderwijs.
In het huidige debat wordt ook de vaste benoeming ter discussie gesteld. Dit terwijl opeenvolgende arbeidsmarktrapporten aangeven dat het uitzicht op een zekere job een van de belangrijkste redenen voor jongeren vormt om in het onderwijs te stappen. De kern van het probleem ligt daar in de kwaliteit van de evaluaties: ook vastbenoemde leerkrachten kunnen na twee negatieve evaluaties ontslagen worden. De afschaffing van de vaste benoeming zorgt enkel bij meer mensen voor meer onzekerheid. Het onderwijs zal zo geen spat aantrekkelijker worden voor jonge mensen.
Leerkrachtig
Essentieel om een kwalitatief onderwijs te garanderen en gelijke kansen te creëren is dat de leerkracht terug leerkracht mag en kan zijn, iemand die de jongeren aanspreekt op hun ‘leer-kracht'. Leraren zijn geen specialisten, die alle problemen kunnen aanpakken en begeleiden. Zij kunnen wel signaalontdekker en eerste opvang zijn. Natuurlijk mogen en kunnen zij een verdere begeleiding opnemen maar daarvoor moet dan ruimte gecreëerd worden.
Belangrijk is dat leraren hun beroep als iets waardevols zien, dat ze opnieuw professioneel vertrouwen en zekerheid ontvangen. Vooral de appreciatie van leerlingen, ouders en hun werkgevers is daarbij belangrijk. Dit laatste is echter enkel mogelijk als de directie dicht bij de leerkrachten staat en een echt personeelsbeleid uittekent. Het ontbreken van een gedegen en vooral schoolspecifiek personeelsbeleid of loopbaanontwikkelingsplan voor elke leerkracht, blijkt dikwijls geen kwestie van niet willen, maar eerder van niet kunnen. De strikte regeling ten aanzien van personeel - een vorm van personeelsbescherming - heeft op dit moment als keerzijde dat directies niet anders kunnen dan schuiven en puzzelen met hun leraren met het gevolg dat deze leraren soms terecht komen waar ze het minst voor geschikt zijn. Daarom pleit ik voor een systeem waarbij de opdracht van een leerkracht soepel kan ingevuld worden, waarbij het rigide denkpatroon van lesuren losgelaten wordt ten voordele van meer vrij in te vullen ‘schooluren'. Een globale schoolopdracht, waarin alle onderwijs- en andere schoolopdrachten opgenomen worden, is de oplossing. Hierdoor zal het aantal lesuren minder strikt gekoppeld worden aan de omvang van het contract. Weliswaar moet er een maximum aantal lesuren zijn, maar wel op basis van de aard en de omvang van de opdracht. Het moet de bedoeling zijn om op die manier meer perspectief en uitdagingen binnen te brengen in het curriculum van een leraar, ook bij moeilijke periodes binnen zijn of haar loopbaan. Natuurlijk kan dit alles maar wanneer de leerkracht echt inspraak heeft bij het invullen van de lesuren en het invullen van zijn of haar schoolopdracht.
Gelijke werkdruk
Ook de ongelijke werkdruk in het onderwijs is een probleem. Het aantal te geven lessen mag niet alleen de maatstaf zijn om de opdracht van een leraar in te vullen. We zouden tot een situatie moeten komen waarbij de werkdruk voor alle leerkrachten ‘evenveel' is en zij eenzelfde vreugde uit hun werk kunnen halen. Onderzoek naar de tijdsbesteding van leraren, zowel in het basis- als het secundair onderwijs, wijzen op grote verschillen in de tijdsbesteding van de leraren. In het secundair onderwijs zijn de verschillen groter en te verklaren vanuit de vakinhoud, de gemiddelde klasgrootte en de onderwijsrichting waarin wordt les gegeven.
Ons onderwijs staat of valt met een goede instroom van bekwame en geëngageerde jonge mensen. We moeten fundamenteel durven na te denken over de invulling, rol en plaats van de leraar. We dienen onze leerkrachten terug voldoende zuurstof te geven. Hen respecteren in hun competenties en stimuleren in hun onafhankelijkheid. De leerkracht is en blijft de hoeksteen van kwalitatief onderwijs. Zonder bekwame leerkrachten die zich degelijk professioneel kunnen ontplooien, is goed onderwijs ondenkbaar.
|