|
7 juni 2006
Een morele en maatschappelijke plicht voor elke ouder
De bespreking van het Oesorapport over de kloof tussen allochtonen en autochtonen in het Vlaamse onderwijs en over de beleidsantwoorden daarop, is gisteren verdergezet in de commissie- onderwijs van het Vlaams Parlement. Ook de volgende weken zal dit onderwerp nog uitgebreid besproken worden.
Eén van de belangrijkste oorzaken van deze kloof is het gebrek aan taalkennis. Er is onvoldoende taalkennis bij de allochtone kinderen en jongeren om begrijpend te kunnen lezen en de inhouden van de vakken wiskunde, wetenschap, ... te kunnen vatten, kortom de overdracht van kennis te realiseren. Ik weet wel dat de kennis van het Nederlands niet enkel in het onderwijs tot stand wordt gebracht. Tal van omgevingsfactoren spelen hierin een rol. Het gaat niet enkel om de school, maar onder meer ook om de ouders, de directe leefomgeving, de media. De omgevingsfactoren van deze kinderen zijn meestal niet optimaal om deze taalkennis te stimuleren.
Het Oesorapport stelt duidelijk: een snelle deelname aan het kleuteronderwijs is voor kinderen essentieel om achterstanden te vermijden of te verkleinen en niet enkel op gebied van taal. Reeds lang is men er in de wetenschap van overtuigd dat een vroege participatie van kinderen uit een cultureel en sociaal zwakkere omgeving aan het kleuteronderwijs belangrijk is om gelijke kansen in het onderwijs te kunnen realiseren. Toch stellen wij vast dat juist deze kinderen het minst participeren aan het kleuteronderwijs. Vandaar dat ik het een maatschappelijke en morele plicht voor de ouders vind dat zij hun kinderen reeds vanaf drie jaar naar de kleuterklas sturen. Voor de kinderen die het echt nodig hebben, is het ontzettend belangrijk dat ze zo vroeg mogelijk met het Nederlands in contact komen. Ze moeten het Nederlands leren ervaren als een taal waarmee kan worden gecommuniceerd, waarmee kennis kan worden overgedragen.
Kind en Gezin
Misschien is de term leerplicht in deze geen goede term. Het heeft geen zin om een ellenlang debat aan te gaan over de federale leerplichtwetgeving en de mogelijke gevolgen daarvan bij toepassing op het kleuteronderwijs. Wij moeten in deze een Vlaams verhaal schrijven, op zoek gaan naar een methode om ervoor te zorgen dat er een maximale participatie is van kleuters aan ons kleuteronderwijs. Belangrijk daarbij is dat wij vanuit de overheid het signaal geven dat het een plicht is voor elke ouder om zijn kleuter naar de kleuterklas te sturen, dat het maatschappelijk onaanvaardbaar is indien zij hun kinderen niet op regelmatige basis laten deelnemen aan het kleuteronderwijs. Sensibilisering, programma's om ouders te overtuigen van deze noodzaak, zullen niet voldoende zijn om juist deze ouders zover te krijgen dat zij hun kinderen vanaf drie jaar naar de kleuterklas sturen. Morele en maatschappelijke dwang zijn hier nodig. Iedereen vindt het toch ook logisch dat Kind&Gezin toezicht houdt op én begeleiding geeft aan jonge ouders. Eenzelfde maatschappelijke vanzelfsprekendheid moeten wij realiseren wanneer het gaat over het laten deelnemen van je kleuter aan het kleuteronderwijs. Trouwens, misschien is hier wel een rol weggelegd voor Kind&Gezin? Het lijkt mij een ideale partner om ouders er toe aan te zetten om hun kleuters naar school te sturen.
Natuurlijk is het niet alleen belangrijk om ervoor te zorgen dat de kleuters maximaal deelnemen aan het kleuteronderwijs, belangrijker nog is de omkadering en de invulling van dat kleuteronderwijs. Klassen met meer dan 25 kleuters zijn niet verantwoord, dus werk maken van kleinere klassen is belangrijk. Er zal meer personeel nodig zijn maar het moet dan ook onmogelijk worden om lesuren over te dragen van het kleuteronderwijs naar het lager onderwijs.
Ik kijk dan ook uit naar de concrete initiatieven van minister Vandenbroucke om ervoor te zorgen dat de regelmatige deelname aan het kleuteronderwijs maximaal wordt en het kleuteronderwijs in de best mogelijke omstandigheden kan georganiseerd worden.
|