Advertisement
   Doorzoek de site
   
1: Home2: Groen en Sociaal3: In de rand4: In het parlement5: Voor 20106: Over Ludo7: Links

Islamisering en rolmodellen: een commentaar Afdrukken E-mail
23/09/2011

 

Twee interessante artikels in De Standaard en Knack deze week, schijnbaar zonder verband. De Brusselse sociologe El Bachiri komt tot de conclusie dat Brusselse jongeren, los van ouders en lokale moslimkaders, 'zichzelf islamiseren'; Monica de Coninck heeft het over haar rol als OCMW-voorzitster en brengt de nood aan 'referentiepersonen in de islamitische gemeenschap' ter sprake. Beiden leggen, zonder het te beseffen, de vinger op de wonde: de nood aan hoogopgeleide, Vlaamse moslimkaders. Een commentaar:

'Brusselse jongeren islamiseren zichzelf'
Moslimbroeders en neosalafisten winnen aan terrein onder de Brusselse jeugd. En dat niet onder invloed van hun ouders of lokale moskee. Dit stelt de Brusselse sociologe Leïla El Bachiri in haar doctoraatsthesis aan de ULB. Als belangrijkste factor wijst El Bachiri de hoge werkloosheid aan in sommige buurten. Een fundamentalistische beleving van de islam zou de jongeren dan een hoger gevoel van zelfwaarde geven.

In hetzelfde artikel in DS haalt Abdelmajid Mhauchi van de Belgische vleugel van het European Muslim Network uit naar het populistische discours waarmee sommige predikers kansarme jongeren verleiden. "Zij worden bijna integraal gefinancierd door Saoedi-Arabië. In ruil beloven ze jongeren een makkelijke oplossing voor hun problemen." Een betoog dat erg nauw aansluit bij mijn analyse van de identiteitsbeleving bij moslimjongeren (MO*). De culturele tradities van hun ouders en grootouders sluiten niet langer aan bij hun leefwereld, net als de leer van de lokale imam, die vaak niet eens hun taal spreekt. Tezelfdertijd slabakt de economische integratie van de Belgische moslimgemeenschappen.

Identiteit & religie
De stelling dat moslimjongeren bijgevolg zichzelf islamiseren, is me niet helemaal duidelijk. El Bachiri geeft zelf aan dat neo-salafisten meer succes hebben bij kansarme jongeren, terwijl de moslimbroeders eerder hoger opgeleiden onder zich rekenen. Dat betekent dat bij die tweede groep een hogere mate aan economische en sociale integratie heeft plaatsgevonden.

Hoewel er altijd een element van keuze is, lijkt het me toch gevaarlijk om de verantwoordelijkheid voor hun islamisering bij hen te leggen. Belgische moslimjongeren zijn net als andere jongeren kinderen van hun omgeving, hun economische en sociale omstandigheden en hebben nood aan een coherente invulling van hun identiteit. Ik formuleer een andere stelling: de stijgende religieuze verwijdering tussen moslimjongeren, familie en moslimkaders zorgt voor een vacuüm in het levensbeschouwelijk bewustzijn van de jongeren. Neo-salafisten en moslimbroeders pogen die leegte te vullen, en slagen daar -bij gebrek aan een alternatief- voor een deel ook in.

Zowel de moslimbroeders als de neo-salafisten zetten een duidelijk discours neer. De moslimbroeders schuiven een islamdemocratische maar patriarchale ideologie naar voren, terwijl de neo-salafisten een strikte terugkeer naar een 'pure' islam verdedigen - die nooit in realiteit bestaan heeft. Duidelijke ideologische keuzes die inhaken op de leefwereld van de jongeren, maar die vaak ideëen incorporeren die hier geen plaats hebben. Radicale predikers bieden hapklare antwoorden op de identiteitsvragen van sommige jongeren, die dikwijls opkijken naar de predikers. Waarom? Deze gaan in op hun leefwereld, hun problemen, hebben prestige, zijn relevant. Zij worden referentiepersonen voor de jongeren. Dit terwijl het maatschappelijk klimaat gedomineerd wordt door Wilderiaanse brulboeien en de Vlaams-islamitische explicateurs afwezig blijven. Onze moslimjongeren worden zo impliciet gedwongen te kiezen tussen een Vlaamse en een islamitische identiteit.

Referentiepersonen opleiden
Over naar Knack, waar we deze week een interview met Monica de Coninck, de OCMW-voorzitster van Antwerpen ontwaren. De Coninck: "[...]ik zou het wel een goed idee vinden mochten er in de islamitische gemeenschap mensen opstaan die bij bepaalde problemen kunnen bemiddelen. Ik zou ook graag willen dat er in de diverse gemeenschappen referentiepersonen opstaan, aan wie anderen zich kunnen optrekken."

Hoewel Mevr. De Coninck het in deze eerder heeft over sociale referentiepersonen die 'thuis iets kunnen gaan uitleggen', lijkt haar inzicht me universeel. Referentiepersonen, rolmodellen zijn essentieel in de ontwikkeling van een gemeenschap. Daarbij gaat het absoluut niet enkel over 'religieuzen'. Pragmatisch: als jongeren hun levensbeschouwelijke referentiepersonen kiezen, dan kunnen dat best lokaal opgegroeide, lokaal gesocialiseerde en lokaal opgeleide mensen zijn. Moslimkaders die geconfronteerd werden met andere zienswijzen in een gezond academisch spanningsveld. Mensen waar de moslimgemeenschappen in Vlaanderen nu slechts in erg geringe mate over beschikken.

De academische inbedding van de islam is een deel van de oplossing. Een faculteit islamitische godsdienstwetenschappen kan zorgen voor hoogopgeleide, lokale moslimkaders die midden in de leefwereld van die jongeren staan. Laten we daar samen werk van maken.

 

< Vorige   Volgende >


1: Home / 2: Groen en Sociaal / 3: In de rand / 4: In het parlement / 5: Voor 2010 / 6: Over Ludo / 7: Links