|
26 april 2004
Recent stelde de gedeputeerden bevoegd voor het plattelandsbeleid van de vijf Vlaamse provincies dat de volgende Vlaamse regering actief werk moet maken van een vitaal, dynamisch en leefbaar platteland dat inspeelt op de nieuwe uitdagingen en tegelijkertijd de landschappelijke, economische, architecturale en cultuurhistorische rijkdom koestert. Ik kan mij daar volledig bij aansluiten.
Ons Vlaamse platteland staat immers onder grote druk van verstedelijking en dreigt zijn identiteit te verliezen. Daarnaast kent het platteland specifieke noden die eigen oplossingen vragen. Maar tegelijkertijd krijgen meer mensen meer vrije tijd en zoeken daarvoor het platteland op. In deze jachtige tijden is de rust en de natuurlijkheid van het platteland een verademing.
Het platteland in Vlaanderen is meer dan alleen de Westhoek of Haspengouw. Het omvat de totaliteit van ons buitengebied. Ondanks het verstedelijkt karakter van het Vlaamse platteland zijn er ook gebieden waar de leefbaarheid van de dorpen in het gedrang komt door de gebrekkige voorzieningen of moeilijke bereikbaarheid. De leefbaarheid en de kwaliteit van het platteland kan enkel gerealiseerd worden door een combinatie van ruimtelijke, milieu-, socio-economische en culturele maatregelen. Daarvoor is een duurzame en verbrede landbouw en een aan het platteland aangepaste economische ontwikkeling belangrijk. Plattelandsbeleid versterkt de leefbaarheid en de woonkwaliteit in de dorpen o.a. door het verzorgen van de basismobiliteit en de optimalisatie van de maatschappelijke dienstverlening. Een recreatief aanbod kan de troeven van het platteland vergroot en een lokale economische meerwaarde genereren. Een verbetering van de natuur- en landschapskwaliteiten en de versterking van de identiteit van onze traditionele streken is essentieel.
Met het reservatenbeleid, de domeinbossen, de parkdomeinen, ... worden steunpilaren uitgebouwd voor een netwerk van natuur, groen en parken. Maar moet er voldoende aandacht zijn voor het versterken van natuur en landschap. De beheersovereenkomsten met de landbouwers zijn daarbij een belangrijk instrument. Het is wel nodig om een aantal drempels die landbouwers verhinderen om aan de beheersovereenkomsten deel te nemen, zo snel mogelijk weg te werken. Eigenaars en gebruikers moeten nauw betrokken worden en procedures voldoende soepel.
Verder zijn er de natuurinrichtingsplannen waardoor er buiten de reservaten aan natuurherstel kan gewerkt worden. Een grondenbank kan een goed instrument zijn om op het terrein knelpunten wegwerken voor landbouwers die geconfronteerd worden met inrichtingsprojecten. De grondenbank kan instaan voor de uitruiling van percelen in landbouwgebruik zodat de bedrijfsvoering van actieve landbouwers betrokken in een inrichtingsproject gegarandeerd blijft. Het is dan ook spijtig dat minister Tavernier niet in staat is gebleken om het in de Vlaamse regering reeds goedgekeurde ontwerp van decreet over de oprichting van een grondenbank door het Vlaamse parlement te loodsen. In elk geval is een bedrijfsgerichte aanpak voor de landbouwer noodzakelijk. Voor natuurontwikkeling kunnen per bedrijf, en afhankelijk van het aantal percelen gelegen in het natuurgebied, individuele bedrijfsplannen uitgewerkt worden.
De Europese Unie heeft haar landbouwbeleid via de Mid Term Review (MTR) grondig hervormd door de inkomenssteun gedeeltelijk los te koppelen van de productie en de verruiming van de maatregelen uit de tweede pijler van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Dit biedt de Vlaamse overheid nieuwe mogelijkheden, het streven naar een meer duurzame land- en tuinbouw kan verder uitgebouwd worden door de verruiming van het plattelandsbeleid. Het geeft de mogelijkheid om een gezond partnership tussen landbouw en natuur uit te bouwen, waarbij voor de landbouwer ruimte wordt gecreëerd om als belangrijke partner deel te nemen aan het natuur- en landschapsbeheer. Trouwens wij mogen niet vergeten dat in het verstedelijkt Vlaanderen de aanwezigheid van de huidige open ruimte voor een groot deel het gevolg is van de landbouwactiviteit. De ontwikkeling van het landschap en de natuur is immers direct verbonden met de landbouwactiviteit die er wordt uitgevoerd.
De vraag van de gedeputeerden, de mogelijkheden die er via Europa voor het landbouwbeleid gecreëerd worden, de bedreiging die er van de oprukkende verstedelijking uitgaat, de noden inzake werken, wonen, ontspanning en vrije tijd vragen een geïntegreerde aanpak in verband met het platteland of indien je wil, het buitengebied. De Vlaamse overheid kan het sectorale denken doorbreken door in de nieuwe Vlaamse regering een minister specifiek verantwoordelijk te maken voor het platteland en hem of haar de mogelijk te geven horizontaal en coördinerend tussen te komen op de verschillende beleidsdomeinen, die invloed hebben op de leefbaarheid en de kwaliteit van het platteland.
Ludo Sannen Vlaams volksvertegenwoordiger
|