|
12 april 2005
Elke zichzelf respecterende overheid voert een duurzaam beleid. "Duurzame ontwikkeling" is een stevige pijler in de langetermijnstrategie van beleidsmakers geworden. Om te weten of Vlaanderen ook in de praktijk duurzamer wordt, moeten we de evolutie meten. De duurzaamheidsbarometer kan de Vlaamse regering daarbij helpen. Op vraag van Ludo Sannen zei minister-president Leterme op 12 april in de commissie Algemeen Beleid dat hij de Afdeling Planning en Statistiek (APS) een nota laat opmaken over de mogelijkheid om op Vlaams niveau een duurzaamheidsbarometer te ontwikkelen.
"Duurzame ontwikkeling" is een steeds meer gebezigde term bij beleidsmakers, overheden en onderzoekers. Te pas en ook te onpas wordt de term gebruikt om maatregelen en beleidswijzigingen te verantwoorden. Niettemin erkennen internationale organisaties, landen en lokale overheden duurzame ontwikkeling wereldwijd als de belangrijkste langetermijnstrategie waarop zij zich moeten steunen om een beleid te voeren dat tegelijk ecologisch, sociaal en economisch verantwoord is.
Toekomstige generaties
De basis van het beleid inzake duurzame ontwikkeling ligt de VN-conferentie over milieu en ontwikkeling in Rio de Janeiro in 1992. Die stelde een actieprogramma voor de 21ste eeuw (Agenda 21) op. Daarna kwam nog de wereldtop voor duurzame ontwikkeling in Johannesburg (2002). Duurzame ontwikkeling betekent: voorzien in de behoeften van de huidige generatie zonder daarmee voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien (Brundtland-commissie, 1987). Essentieel is het samengaan van drie belangrijke invalshoeken: ecologie, sociaal evenwicht en economische ontwikkeling. En dat zowel in Vlaanderen als in andere, al dan niet achtergestelde, gebieden in het noorden en het zuiden van de wereld. Ook de zogenaamde institutionele inbedding is belangrijk: de participatie en verantwoordelijkheidszin van de stakeholders.
Steeds meer overheden scharen zich achter de principes van duurzame ontwikkeling en laten hun beleid erdoor inspireren. In navolging van de federale regering, die al sinds enkele legislaturen (met Jan Peeters en Olivier Deleuze) over een staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling beschikte, heeft de Vlaamse regering bij haar aantreden in juli 2004 minister-president Yves Leterme de specifieke bevoegdheid van duurzame ontwikkeling toegekend. In het Vlaams Parlement heeft de minister-president een beleidsnota voor duurzame ontwikkeling gepresenteerd.
De beleidsopties liggen dus op tafel. Er moet niet vanaf nul begonnen worden, want politieke plannen in talrijke bevoegdheidsdomeinen getuigen reeds van duurzame ontwikkeling, bijvoorbeeld het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen of het Pact van Vilvoorde. Evenwel hinderen heel wat onvoltooidheden momenteel nog een globale, gecoördineerde strategie inzake duurzame ontwikkeling. Bijvoorbeeld was er tot voor kort nog helemaal geen ambtelijke en geldelijke ondersteuning en moeten de verschillende overheden in het land beter met elkaar samenwerken. De beleidsnota van de minister-president somt deze tekortkomingen op en stelt oplossingen in het vooruitzicht.
Maar hoe maak je deze mooie woorden concreet? Hoe zorg je ervoor dat je aankomende problemen of voor de duurzame ontwikkeling onrustwekkende evoluties detecteert? Hoe zorg je ervoor dat de beleidsmakers zich bewust zijn van een negatieve trend en maatregelen willen nemen om die trends om te buigen? Hoe zorg je ervoor dat er bij de bevolking een maatschappelijk draagvlak ontstaat dat het beleid inzake duurzame ontwikkeling ondersteunt?
Duurzame ontwikkeling begint met het verzamelen en overzichtelijk weergeven van juiste gegevens over "de toestand van Vlaanderen". Daartoe begint in Vlaanderen een nieuw instrument te groeien: de duurzaamheidsbarometer.
Indicatoren
Een duurzaamheidsbarometer is een set van indicatoren die de evolutie van de omgeving in een bepaald gebied weergeven. Het is een strategisch meet- en leerinstrument dat de beleidsmakers en adviesverleners voldoende informatie geeft om beleidsplannen duurzaam en toekomstgericht te onderbouwen. De barometer is niet samen te vatten in één eindscore en is geen beoordeling van het werk van de overheid. De barometer meet en stelt vast. Het is aan de beleidsmakers om te verklaren waarom indicatoren beter of slechter scoren dan bij vorige metingen en om al dan niet maatregelen te nemen om het duurzame karakter van de samenleving te verbeteren.
De indicatoren dienen minutieus gekozen te worden om gezamenlijk zo veel mogelijk bevoegdheidsdomeinen te omvatten: mobiliteit, zorg, milieu, onderwijs, ondernemen, cultuur, ... Daarbij stoot men al snel op de beschikbaarheid van data. De indicator "schoolse vertraging in het lager onderwijs" kan men gemakkelijk voorstellen door het aandeel van de leerlingen met vertraging; de "oppervlakte waardevolle natuur" is ook eenvoudig te berekenen en weer te geven. Maar wie heeft gegevens over het sociaal engagement van ondernemers of de voldoende aanwezigheid van basisvoorzieningen in wijken?
Nochtans hebben sommige instanties in Vlaanderen - onder Europese impuls - hun eigen duurzaamheidsbarometer al ontwikkeld: het Coördinatiepunt voor geïntegreerd beheer van kustgebieden en de streekintercommunale Leiedal hebben barometers met een twintig- tot dertigtal indicatoren, de provincie Limburg wil komen tot een barometer met 118 indicatoren. Daarnaast hebben 13 steden in Vlaanderen hun stadsmonitor. Qua ontwikkeling zijn duurzaamheids- en stadsbarometer op dezelfde leest geschoeid. Veelal komen in de barometers dezelfde indicatoren terug, die voor elke stad en regio belangrijk zijn, maar er zijn ook specifieke indicatoren die afhangen van het gebied of een bevoegdheidsdomein.
Vlaanderen heeft nog geen duurzaamheidsbarometer. Die zou een inspiratiebron kunnen zijn voor het Vlaamse beleid en de duurzame ontwikkeling op beleidsniveau alvast een duw in de rug geven. Bovendien zouden ook andere overheden ervan kunnen profiteren: wanneer Vlaanderen data verzamelt over het hele Vlaamse land, kan dit ook naar provincies of steden opgesplitste informatie opleveren. Samenwerking tussen overheden verhoogt ook de efficiëntie bij dataverzameling.
De nood aan een meetinstrument is ook een besluit van het Hoger Instituut voor de Arbeid (KUL). In een eindrapport (februari 2005) in opdracht van de Vlaamse overheid concludeert het HIVA: "De Vlaamse overheid dient in samenwerking met een brede groep van maatschappelijke actoren eerst een beleidsproces op de sporen te zetten dat moet leiden tot een set van breed gedragen, meetbare en betrouwbare indicatoren." Ook de Vlaamse Interdepartementale Ambtelijke Werkgroep Duurzame Ontwikkeling erkent in zijn aanbevelingsnota aan de Vlaamse overheid de nood "aan gestandaardiseerde en binnen alle Vlaamse administraties erkende meetinstrumenten".
Voor een regering die de duurzame ontwikkeling hoog in het vaandel draagt, daarover een beleidsnota uitschrijft en voor een Vlaanderen waar diverse overheden zelf beginnen met de ontwikkeling van een barometer, is een Vlaamse duurzaamheidsbarometer ongetwijfeld onmisbaar.
|