|
De Leuvense economen Koen Declerq en Frank Verboven becijferden zopas dat meer dan de helft van de jongeren die enkele weken geleden aan het eerste jaar van de universiteit begonnen, niet zal slagen. Ze verbinden hier de conclusie aan dat de maatschappij kosten bespaard kunnen worden, als we een vorm van selectie vóór het hoger onderwijs zouden invoeren. Zo kunnen jongeren, die toch weinig kans zouden hebben om te slagen, buiten de universiteitspoorten gehouden worden.
Paul de Knop, rector van de VUB staat echter argwanend tegenover het invoeren van een toegangs- of oriëntatieproef (DS 27 september):
"Ik ben voor goeie begeleiding bij studiekeuze en heroriëntering na een semester. Het gaat niet alleen om kennis, maar ook om motivatie en attitude. Hoe ga je dat testen?'"
Tot hetzelfde inzicht kwam Annick Eelbode, studiebegeleidster aan de Universiteit Gent (DS 28 september):
"Kennis is belangrijk, maar vaardigheden kunnen veel compenseren. Sommige studenten hebben een jaar nodig om die zich eigen te maken."
Ze wijst ook op de gevaren van het invoeren van een soortgelijke test:
"De kans zit er ook in dat jongeren die het niet goed weten, hun keuze laten afhangen van de proef. Dat is niet de goede houding om te gaan studeren."
Dit lijkt me inderdaad het perverse neveneffect van het afnemen van een oriëntatieproef bij studenten voor ze naar de universiteitsbanken trekken. Diegenen die niet zeker zijn van hun stuk, (door een onaangepaste vooropleiding; door op te groeien in een gezin of omgeving zonder hoogopgeleide familieleden of vrienden; zogenaamde ‘laatbloeiers') zullen hun studiekeuze laten bepalen door deze proef. Zelfs een oriëntatieproef zonder gevolg kan zo de facto verworden tot een selectiemechanisme. De laatste decennia zijn er aanzienlijke inspanningen geleverd om ons onderwijs te democratiseren, en zo jongeren uit kansarme milieus meer en betere kansen te bieden. Een implementatie van een oriëntatie- of toegangsproef, geschoeid op deze leest, zou de behoedzaam geopende deur terug dicht slagen. Is, daarnaast, de financiële en sociale kost niet veel groter voor een maatschappij als het zijn talenten onbenut laat? Ondanks de hierboven geroemde inspanningen is België, wat ons onderwijssysteem betreft, nog altijd een van de landen met de meest ongelijke uitkomsten.
Dit wil niet zeggen dat het in elk geval ongepast zou zijn om eerstejaars te testen op hun kennis en vaardigheden: De eerstejaars van de faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen aan de UA startten enkele weken geleden het academiejaar met een oriëntatieproef. De proef bestond uit vier delen: wiskunde, logica, academisch Nederlands en een enquête die peilde naar hun motivatie. Enkele weken later krijgen de nieuwbakken studenten hun resultaten mee naar huis en krijgen ze remediëringscursussen aangeboden. Op deze manier worden diegenen met de motivatie om een studie aan te vangen niet ontmoedigd, maar bij het begin van het jaar wel een deel zelfkennis bijgebracht, en waar nodig begeleid. Dit principe, gecombineerd met een verbreding en automatisering van het zalmprincipe , waarbij jongeren na het vervolmaken van een hogeschoolopleiding kunnen opklimmen naar de universiteit, zorgt voor maximale mobiliteit. Zo kom je tot een maatschappij waarin élke jongere de kans krijgt om te schitteren.
|