|
Antidiscriminatie moet ook voor onderwijs gelden |
|
|
|
15/06/2005 |
|
15 juni 2005
Op 14 juni heeft het Hof van Beroep van Antwerpen een arrest uitgevaardigd waarin het de vordering afwijst om het verbod op het dragen van een hoofddoek in de Provinciale Handelsschool in Hasselt, ongedaan te maken. De federale antidiscriminatiewet is niet van toepassing op onderwijs, zo luidde het. Dit arrest kan dus ernstige gevolgen hebben voor gelijke kansen in het onderwijs en niet alleen voor het dragen van de hoofddoek. Ludo Sannen stelt voor dat een Vlaams decreet antidiscriminatie en gelijke kansen in het onderwijs garandeert. Hieronder vind je een actuele vraag van Ludo Sannen.
Actuele vraag aan de heer Frank Vandenbroucke, vice-minister-president van de Vlaamse regering en Vlaams minister van Werk, Onderwijs en Vorming over anti-discriminatie in het onderwijs
Gisteren heeft de 6de Kamer van het Hof van Beroep van Antwerpen een arrest uitgevaardigd waarin het de vordering afwijst om het verbod op het dragen van een hoofddoek in de Provinciale Handelsschool in Hasselt, ongedaan te maken.
Het Hof stelt als belangrijkste element "dat de antidiscriminatiewet niet van toepassing is op het domein van het onderwijs en derhalve de stakingsvordering als ongegrond dient afgewezen." Het gaat hier om de federale wet van 25 februari 2003 ter bestrijding van discriminatie.
Welke juridische motivering aan de niet-toepassing van de wet ook wordt gegeven, ik stel er mij vragen bij. Ik wil het dan niet specifiek over de hoofddoek hebben, maar wel over gelijke kansen en anti-discriminatie. Anti-discriminatie is een dergelijk belangrijk principe in onze hedendaagse samenleving, dat het niet gefnuikt zou mogen worden omwille van beperkende juridische bepalingen of door bevoegdheidsverdelende regels in België en Vlaanderen. Ik denk dat anti-discriminatie als algemeen principe ook in Vlaanderen en in het onderwijs mag gelden.
Dit arrest heeft mogelijk verstrekkende negatieve gevolgen voor gelijke kansen in het onderwijs, en die zouden wij alleszins moeten vermijden. De federale wet bepaalt immers dat discriminatie op allerlei gronden, gaande van geslacht tot fysieke eigenschappen, ontoelaatbaar is. De wet bepaalt ook dat redelijke aanpassingen voor personen met een handicap nodig zijn. Ook voor de toegang tot het onderwijs zijn dit belangrijke principes. Denken wij bijvoorbeeld aan leerlingen met leerstoornissen, waarvoor een school redelijke aanpassingen zou kunnen doen om elke leerling gelijke kansen te geven.
Als de federale wet niet van toepassing is op onderwijs, dan moeten wij goed weten wat dit betekent en lijkt het mij logisch dat Vlaanderen zelf optreedt om gelijke kansen in het onderwijs te garanderen en discriminatie weg te werken.
Wat zijn de gevolgen van het arrest van het Hof van Beroep voor het onderwijs in Vlaanderen? Is het nodig om de principes van anti-discriminatie in het onderwijs in de Vlaamse regelgeving te verankeren om zo de gelijke kansen te bevorderen?
|